Dansen in de duisternis

(column Paravisie 2001)


Mijn licht ging uit, vier jaar geleden, toen ik mijn macht uit handen gaf.
En nu, achteraf, zou ik me kunnen voorstellen dat mijn wijze gidsen boven hun hoofd moeten hebben geschud bij zoveel onvermogen, en dat ze moeten hebben gedacht dat ik nu toch wel erg ver van mijn pad dreigde af te dwalen..
Wat gebeurde er?


Het had te maken met mijn werksituatie.
In het bedrijf waar ik werkte was het gebruikelijk dat leidinggevenden, en daar was ik een van, zo om de vijf jaar werden overgeplaatst naar een andere afdeling.
Er kwam van tijd tot tijd een comité van wijze heren en een enkele dame bijeen, waarna een paar dagen later de benoemingen bekend werden gemaakt en er een hele carrousel van verplaatsingen in beweging kwam.
Als leidinggevende had je zelf geen invloed op die benoeming.
Omdat mijn werkgever mijn ervaring en detailkennis nodig had in een paar grote projecten, kon het gebeuren dat ik twaalf jaar op dezelfde plaats zat.


Om me heen zag ik mijn naaste collega-chefs zo nu en dan verdwijnen naar een andere afdeling.
De een was blij met zijn nieuwe plaats, een ander maakte het niet zoveel uit, weer een ander was ontevreden en ongelukkig.
Nooit heb ik iemand het besluit zien aanvechten, of in gesprek zien gaan met het comité.
Dit werd gezien als een brevet van onvermogen. Het was ‘not–done’.


E 24,95
Het groene boekje om je zin te krijgen



Toen ik begreep, dat ik bij de volgende benoemingenreeks op de lijst stond, had ik daar niet zoveel problemen mee.
Ik was ook wel toe aan iets anders.
Tijdens de verschillende functionerings- en loopbaangesprekken had ik echter wel aangegeven, dat het me niet uitmaakte waar ik heen ging, maar er was één afdeling waar ik niet naar toe wilde.
De aard van de werkzaamheden sprak me niet aan, de afdeling was me te massaal, en Big Brother had er behoorlijk zijn intrede gedaan.
Ik vroeg me af, of ik wel voor mezelf kon verantwoorden of ik zo met mensen wilde omgaan.
Bovendien moet het voor iedereen duidelijk geweest zijn, dat mijn belangstelling uitging naar de sociale kant van mijn werk.
In mijn beoordelingen werd ik een people-manager genoemd.
Maar misschien (want iedereen voelt ‘m natuurlijk aankomen) was dat nu juist wel de reden dat ik werd benoemd op de afdeling waar ik niet naar toe wilde.
En geloof het of niet: 25 jaar bedrijfsleven had me zo geconditioneerd, dat ik niet meer kon bedenken dat ik ‘nee’kon zeggen.


De druk van buitenaf, de energie, die gecreëerd werd door de bedrijfscultuur, was te sterk.
Wetend dat het leven niet alleen maar leuk is, aanvaardde ik, net als zovele collega’s voor mij, mijn lot.


Pas vele maanden later heb ik begrepen dat mijn innerlijke energieën frontaal met elkaar in botsing moeten zijn gekomen.
Mijn ziel heeft een sterke wilskracht, en lijkt vast van plan zich hier op aarde te manifesteren waarvoor zij bedoeld is.
Het oppervlakkiger gedeelte van mezelf, mijn persoonlijkheid, is net als bij iedereen gevormd door opvoeding, omgeving en opleiding.
Geprogrammeerd om te voldoen aan verwachtingen van de buitenwereld, gevormd door het belang wat onze samenleving hecht aan status en ego.


2 januari 1997 begon ik op mijn nieuwe afdeling, 13 augustus 1997 werd ik daar weggehaald door borstkanker.
Niemand zal mij ooit horen zeggen dat het een rechtstreeks het gevolg is van het ander.
Aan mijn ziekte heeft ongetwijfeld een samenspel van factoren ten grondslag gelegen. Zeker is wel dat ik een stukje levensvreugde had verloren.
Het was helemaal niet zo, dat ik nu zulke akelige mensen tegenkwam, helemaal niet zelfs.
Ik had een leuke sectie met sympathieke mensen, die allemaal wisten dat er meer in het leven was dan werk.
Ik kon het goed vinden met mijn baas, die als een van de weinigen begreep dat ik ruimte nodig had, en niet altijd langs dezelfde platgewalste paadjes wilde lopen. Hij gaf me die ruimte.


Nee, het was meer een diep besef van binnenuit, dat me waarschijnlijk onbewust het gevoel gaf, dat ik van mijn koers afraakte.
Dat, en het gevoel dat iets buiten mij zonder enige overleg een beslissing over mijn leven had genomen. Ik had het gevoel dat er geen respect geweest was voor wat ik al een paar jaar had aangegeven.
Borstkanker alleen was niet genoeg om me te vellen. Na drie maanden liep ik al weer rond in het bedrijf, en vond dat het allemaal nog wel te doen was.
Het was uiteindelijk een parasiet in mijn lichaam, die me op mijn knieën dwong, en me liet smeken om genade.
Maar terwijl ik op de bodem van de put zat, wist ik dat ik er sterker uit zou komen.
Niemand neemt ooit nog een beslissing over mijn leven.
Dat doe ik zelf.


Door de moeilijke jaren die volgden, zal mijn licht straks helderder stralen dan ooit tevoren.


Home